Hardere Steensoorten

Dit is deel 12 van de serie “zelf beeldhouwen”. Voor een overzicht zie: “Over zelf beeldhouwen“ .
Het vorige artikel is: “De Knut oefening” Het volgende Artikel is: “Gereedschap voor hardere steen“.

Deze post is een aanvulling op de post over gereedschap voor zachte steensoorten. Ik zal deze twee posts over 1 maand samenvoegen.

Wat is hard, wat is splinterig?

Deze begrippen gebruik ik in deze post regelmatig.
In een vorige post ben ik daar een uitvoeriger op ingegaan. Zie: Moeilijkheidsgraad van steen.

Hieronder een overzicht van de meest gebruikte beeldhouwstenen.

Speksteen

De meeste speksteensoorten heb ik in een eerdere post behandeld. Verwant aan speksteen is:

Kisii

Kenia. Wit tot lichtgeel met donkerder geelbruine en roze tekening. Kisii is tamelijk taai, daarom werkt het wat langzamer dan zachte speksteensoorten.
Bewerkbaarheid: Harder, bewerken met Smeedstaal.

Galastone

Galastone is een naam gebruikt door de beeldhouwwinkel. Andere leveranciers scharen deze steensoorten onder speksteen (Hazelaar) de middelharde zwarte soort wordt ook wel “India serpentijn” genoemd. In verschillende kleuren paars tot rood en geel. Vaak heel mooi getekend. Is wat harder, soms ook wat brokkelig. Komt weer op de kwaliteit aan.
Het gaat hierbij om steensoorten met een mengsel van talk en andere mineralen als pyrofilliet.

Bewerkbaarheid: Iets harder, bewerken met Smeedstaal beitels en beeldhouwraspen gaat het eenvoudigste. Maar met gereedschap voor speksteen gaat het ook.


Opmerking: er bestaan ook nog vele andere soorten speksteen die b.v. voor kachelbouw of als “pizzasteen” worden gebruikt. Deze zijn doorgaans een stuk harder.

Opstelling: alle speksteensoorten in de winter binnenhalen. Als ze nat bevriezen ontstaan er scheuren.

Hardere steensoorten: aan speksteen verwante soorten
Galastone rood, Kisii en Galastone zwart / India serpentijn

Serpentijn

In de post over zachte steensoorten al behandeld: Opaal, Raindrop en India Serpentijn.

Alle serpentijnsoorten hebben aan de kanten die langer aan de buitenlucht zijn geweest een bruine of zwarte verweringslaag (ijzer). Deze is meestal dun, dus verkijk je niet op de kleur van de steen.

Bruine verwering van groene serpentijn

Soorten die meestal wat harder zijn tot heel harde soorten hieronder.

Kobalt

Afrika. Heeft vaak een fraaie grijze, groene en rode tekening.

Lepidoliet

Afrika. zeer hard. Mooi licht paarsblauw, half transparant.

Opmerking: deze door beeldhouwwinkels als “lepidoliet” verkochte steensoort heeft niets te maken met het mineraal lepidoliet (wat zeer zacht is).

Bewerkbaarheid: zeer hard, bewerken met widia beitels en/of diamantvijlen. of met machine met diamant.

Lepardstone

2 Soorten Lepardstone

Er zijn verschillende varianten: de echte soort heeft een typische luipaard-tekening: vlekjes op een groen-bruine ondergrond. Deze laat zich redelijk goed bewerken. Er is ook een soort met lichtgroene stukken doorsneden met donkergrijze aders.
Bewerkbaarheid: hard, de echte luipaard tekening gaat nog met smeedstaal, de geaderde soort is lastig te bewerken omdat de grijze aders veel harder zijn dan de groene delen: bewerken met widia beitels.

Springstone

Afrika. Hard, zwart.

Bewerkbaarheid: hard, bewerken met smeedstaal gaat vaak nog wel.

Verdiet

Afrika. Zeer hard. Fel donkergroen gekleurd.
Bewerkbaarheid: zeer hard, bewerken met widia beitels en/of diamant vijlen. of met machine met diamant.

Opstelling: de meeste serpentijn soorten zijn redelijk winterhard. Zijn er echter haarscheurtjes, dan mogen ze niet nat bevriezen. Dan ontstaan er scheuren.

Albast

Witte albast heb ik al in de post over zachte steensoorten genoemd. Hardere soorten zijn o.a.:

Bruin of Karamel

Is wat harder dan de witte variant. Kan hele mooie bruine / karamelkleurige stukken hebben. Wolken komen wat minder voor.
Bewerkbaarheid: Harder, bewerken met Smeedstaal.

Blauw

kan hard zijn, veel harder dan wit of bruin. Heeft meestal blauwe wolken in witte (zachtere) steen, maar bijna egaal blauw komt ook voor.

Opmerking: Er zijn ook rose en zwarte varianten van albast.

Oppassen met spitsijzers bij albast, je kunt de steen “blauw slaan”. Als je met spitsijzer werkt oppassen dat je je beitel tamelijk vlak aanzet, en minimaal 1 cm. Van de huid ophouden met spitsen.
Blauwslaan kan bij de meeste kristallijne gesteenten optreden. Zie hieronder.


Bewerkbaarheid: De harde stukken in blauwe albast moet je soms bewerken met Widia beitels en gritraspen (ook hardmetaalraspen genoemd) of diamantraspen.

Daarnaast is er nog:

Seleniet

Seleniet is net als Albast chemisch gesproken Gips.
Wit, rose tot rood tot oranje. Seleniet heeft een lastige kristalvorm: het zijn naalden. Deze naalden hechten niet zo goed aan elkaar en de steen brokkelt daarom snel uit elkaar. Zeer scherp gereedschap gebruiken en met de richting van de naalden rekening houden (als bij hout).
Seleniet kan zo helder als glas zijn.

Bewerkbaarheid: De witte variant is heel splinterig, de andere wat minder. Splinterige stenen zeer voorzichtig bewerken met gereedschap voor zachte steen.

Opstelling: Albast en seleniet zijn een beetje wateroplosbaar. Daarom niet buiten opstellen.

Hardere steensoorten: albast
Witte, bruine en blauwe albast en witte en oranje seleniet

Kalksteen

Mergel heb ik al in de post over zachte steensoorten genoemd.
Er zijn heel veel verschillende soorten kalksteen. Bekende hardere soorten zijn:

Franse “witstenen”

B.v. Anstrude, Euville en Pierre de Lens, Vilhonneur.
De meeste Franse witstenen zijn te grofkorrelig om te polijsten. Kleuren allemaal tussen zuiver wit en heel licht geel tot -bruin. De zachtere soorten zijn vaak niet echt wintervast.
Bewerkbaarheid: Alle Franse witstenen vallen in de categorie “hardere steensoorten”. Dus bewerken met smeedstaal.

Belgisch hardsteen

Vaak arduin genoemd, officiële naam is blauwe steen. Is hard. Donker blauwgrijs met duidelijk te onderscheiden fossielen. Met name z.g. zeelelies. Verweert in de buitenlucht vrij snel naar lichtgrijs.

Opmerking: Ierse hardsteen lijkt in uiterlijk en bewerking zeer op arduin (komt ook uit dezelfde geologische laag).

Bij het bewerken stinkt de steen naar rotte eieren. Dat komt door de zwarte organische resten in de steen.

Dit stinken komt bij bijna alle grijze en zwarte kalkstenen en marmers voor. Tevens verweren de zwarte organische resten in deze gesteenten snel in weer en wind . Daardoor bleken deze stenen in de buitenlucht.

Bewerkbaarheid: Belgisch hardsteen is hard tot zeer hard, bewerking met Widia.

Noir de Mazy.

Een zeer bijzondere steen. Zeer fijne korrel en diepzwart te polijsten. Hard en lastig te bewerken. Stinkt bij het bewerken ook. Buiten verweert de steen snel naar middelgrijs.

Bewerkbaarheid: Noir de Mazy is hard, bewerking met Widia. Omdat de steen “schelpvormig” uitbreekt (er breken vlakke stukken uit de steen) krijg je met je beitel moeilijk grip op de steen. Voorzichtig werken met een wat spitser geslepen Widia beitel.

Dolomiet

Er zijn ook Kalkstenen waar een deel van het calciet is omgezet in dolomiet (calciummagnesiumcarbonaat CaMg(CO3)2). Tevens kunnen sommige kalkstenen nog redelijk veel zand bevatten. Voorbeeld met zand en dolomiet is Anröchter. Anröchter is tamelijk hard en taai. Heeft een mooie groene tot blauwe kleur.

Bewerkbaarheid: Harder, bewerken met Smeedstaal.

Opstelling: Harde kalkstenen (Belgisch hardsteen, Noir de Mazy, Anröchter) zijn winterhard. Franse witsteen is meestal niet tot beperkt winterhard.

Hardere steensoorten: Kalkstenen
Noir de Mazy, Arduin en twee Franse witstenen

Kalksinters

Kalksinters ontstaan in of uit zoet water. Denk bv. aan druipsteen. Water dat kalk opgelost heeft uit kalksteenlagen waar het doorsijpelt (in karstgebieden) kan onder gunstige omstandigheden zijn kalk weer afzetten.
Bekende soorten zijn hier:

Travertijn.

Ontstaat aan de oppervlakte. Bekend voorbeeld van ontstaan zijn de cascades van Pamukkale (Turkije). Doordat calciet bij travertijn aan de oppervlakte wordt afgezet komen er ook organische delen (bladeren, takken) in terecht. Op den duur vergaan die weer. Daardoor heeft travertijn bijna altijd gaten. Kleuren rood, geel, ook wel bijna wit (colonnade van het St. Pieter plein in Rome) en grijs. De rode kleur kan bij polijsten prachtig zijn.

Bewerkbaarheid: Middelhard, goed te bewerken met Smeedstaal. Door de gaatjes en gaten in de steen kom je echter altijd voor verrassingen te staan.

“Onyx” of “marmer-onyx”.

Beide namen zijn erg verwarrend. De steen lijkt alleen uiterlijk op onyx (een kwarts-variëteit die veel harder is). Marmer-onyx en aragoniet ontstaan beide door uitkristalliseren van calciet en aragoniet in warme bronnen. De steen wordt in dit water laag voor laag afgezet. Doordat de omstandigheden tijdens het groeien van de steen over de tijd veranderen heeft de steen vaak een prachtig kleurig bandenpatroon.
Kleuren: wit, honing, rood, groen enz. Vaak in prachtige bandenstructuur.

Bewerkbaarheid: Hard en splinterig, bewerken met Widia.

“Aragoniet”

Ontstaat zoals marmeronyx. De verschillen zijn gering.
Aragoniet is een van de kristalvormen van calciumcarbonaat (naast calciet en vateriet). Veel kalksinters zijn een mix van calciet en aragoniet.
Opstelling: Kalksinters zijn winterhard.

Harde steensooten: Kalksinters
Gele en rode travertijn en groene onyx

Marmer

Marmer ontstaat uit kalksteen in een proces dat metamorfose genoemd wordt.
Onder de juiste omstandigheden (temperatuur, druk, aanwezigheid van water) lossen kleine calcietkristallen op en groeien de grote kristallen op kosten van de kleine. Alle fossielen, schelpen etc. (die ook uit calciumcarbonaat bestaan) lossen ook op en slaan neer als marmerkristallen. Je ziet ze dus niet meer in het marmer. Alle andere mineralen (bijvoorbeeld kleimineralen en pyriet) worden “uitgezweet”. Deze vormen dan de kenmerkende “gemarmerde” structuur.
Marmer is wel het meest geliefde beeldbouwmateriaal. Er zijn veel groeven die fijn-kristallijne homogene en relatief zachte marmer leveren.
Voor ons belangrijke soorten zijn:

Carrara.

In de Apennijnen zijn al duizenden jaren steengroeven. Met name in het Carrara gebied. Er zijn daar meer dan 80 groeven. Die leveren meer dan 150 soorten carrara marmer. In totaal ca. 1,4 miljoen ton marmer per jaar. Verschillende groeves kunnen “dezelfde” steensoort leveren. De volledige naam van de steen vermeldt dan ook de groeve. bv. “Calacatta Borghini”. Er is wel verschil in kwaliteit tussen dezelfde steen (-naam) uit verschillende groeven! Voor meer info over de verschillende carrara marmer zie ref. [ponti] en [primavori].
De witte soorten worden aangeduid met “bianco” (ook wel “ordinario” genoemd), eventueel met toevoeging van “venato” (met duidelijker grijze aders). Alle witte soorten hebben meer of minder grijze aders, op de variant “bianco P” (puro) na, die vrijwel zonder tekening is.
De kleur verschilt nog wel wat tussen de soorten: iets blauwig, echt wit of iets naar ivoor (aquabianco). Deze kleuronderscheiden zijn maar heel klein. De soort “statuario” is uiteraard bedoeld voor beeldhouwers, met bijpassend prijskaartje…

Verder zijn er nog soorten met specifieke marmering:

  • Arabescato. Wit “met aders als arabesken”
  • Calacatta, wit met specifieke marmering
    (Calacatta is petrologisch gezien geen marmer maar metamorfe breccie)
  • Er zijn ook grijze soorten: Bardiglio.

Bewerkbaarheid: Vrijwel alle Carrara soorten zijn harder, goed te bewerken met Smeedstaal.

Hardere steensoorten: Carrara marmer
Carrara statuario, statuario venato, bianco (-CD), calacata, arabescato en bardiglio

Overige Marmersoorten

Er is een vrij sterk wisselend aanbod aan andere marmersoorten. Hieronder een paar:

Aurora

Van oorsprong Portugese marmer, vrij hard met een hele mooie kleur tussen roze, oranje en soms wat groene aders.

Bewerkbaarheid: Hard, bewerken met Widia.

Parnon:

Grieks, wit en rood. Heeft wat grotere kristallen.

Bewerkbaarheid: Harder, bewerken met Smeedstaal.

Sivec

Macedonië. Fijnkristallijne witte en rode marmers.

Bewerkbaarheid: Harder, bewerken met Smeedstaal.

Opmerking: Bedenk dat de handel allerlei creatieve aanduidingen verzint voor steensoorten. Er worden bovendien tegenwoordig zeer veel steensoorten uit het verre oosten aangeboden onder namen van oorspronkelijk Europese soorten.

Opstelling: de meeste marmersoorten zijn winterhard. Toch moet je oppassen: zijn er haarscheurtjes (ook onzichtbare), dan mogen ze niet ze nat bevriezen. Dan breken er bij nat bevriezen stukjes uit. In grote beeldentuinen worden marmeren beelden daarom ´s winters ingepakt.

Zandsteen

Zandsteen is in Nederland een verhaal apart. In Nederland werd voor gebouwen veel in zandsteen gewerkt. De zandkorrels in de steen versplinteren bij het bewerken. Zand is kwarts. Dat is zeer hard. Het versplintert in hele scherpe splinters. Als je die inademt kan dat tot silicose leiden. In 1951 werd met het zandsteenbesluit het werken met zandsteen verboden. In 1998 is dit vervangen door artikel 4.60 van het arbeidsomstandighedenbesluit. Daarmee is het onder voorwaarden (restauraties) weer mogelijk met zandsteen te werken. Ons advies: niet mee werken of altijd een FFP2 stofmasker dragen.
In Duitsland daarentegen wordt nog veel met zandsteen gewerkt, ook door beeldhouwers.
Bedenk ook dat zandsteen als schuurpapier werkt op je gereedschap. Smeedstalen beitels worden snel bot, dus vaak naslijpen. Gebruik geen dure raspen op zandsteen, die zijn zo weg, en naslijpen gaat bij raspen niet. Raspen met hardmetaal grit kan wel.
Opstelling: Zandsteen, ook de zachtere soorten zijn meestal winterhard.

Diversen

Er zijn nog wat gewilde soorten:

Sodaliet blue royal.

Gewild door zijn krachtige blauwe kleur. Sodaliet is echter erg hard.

Bewerkbaarheid: zeer hard, bewerken met widia / diamant.

Andere steensoorten

Aangeboden wordt ook wel: graniet, diabaas, basalt, azul macaubas.

Bewerkbaarheid: Deze soorten zijn zeer tot extreem hard, bewerken met widia is soms nog heel lastig. Dan eigenlijk alleen met machine te bewerken.

Opstelling: deze soorten zijn winterhard.

Zeer harde steensoorten
Sodaliet “blue royal” en Azul Macaubas

Blauwslaan

De meeste kristallijne gesteenten zijn gevoelig voor sterke druk: in het kristal treden dan micro-scheurtjes op. Daardoor verkleurt de steen opaak wit. Dat is met name hinderlijk bij transparante gesteenten en gekleurde gesteenten. In witte marmer treedt het ook op, maar zie je het wat minder.
Knollen witte albast lopen vaak al bij het transport blauwe plekken op.
Als je met je spitsijzer tamelijk stijl in de steen slaat kan zo’n blauwe plek meer dan een centimeter diep zitten!

Blauwe plekken in Bardiglio marmer (je kunt de banen van het spitsijzer nog zien)

<< Vorig artikel: “De Knut oefening”

Het volgende Artikel is: “Gereedschap voor hardere steen“.>>

Volg onze blogs

Je kunt je abonneren op de posts van de beeldhouwtuin.
Dan krijg je elke keer als er een nieuwe artikel is een email met de titel, een korte samenvatting en een link naar het hele artikel.