Breuk en lijmen

In deze les vertel ik iets over breuk en lijmen van je steen.
In de eerste plaats natuurlijk hoe je breuk kunt voorkomen. Breuk kun je soms ook aan zien komen, dan kun je uit voorzorg lijmen. En dan natuurlijk wat te doen als je steen echt stuk is.

Breuk voorkomen

Het beste is natuurlijk om breuk te voorkomen, dan hoef je ook niet te lijmen.

Algemeen: Met klopper en beitel zul je meer last hebben van breuk van als je met een rasp werkt.
Niet alle steensoorten zullen even snel breken. Vooral bij splinterige en gelaagde stenen kan er nogal eens wat afbreken. Daar moet je dan ook speciale aandacht aan besteden.
Bij taaie stenen is het risico duidelijk kleiner, maar niet weg.

De werkwijze om breuk te voorkomen is voor homogene stenen en gelaagde stenen verschillend. Zie ook de lessen “gebruik van klopper en beitel en “de diepte in met de beitel”

Homogene stenen

Het motto is:Veel steen voor je beitel”, of:de steen moet ondersteund worden”.

Als je werkt zoals in het linker plaatje loop je grote kans dat er aan de rand van de steen een groot stuk steen wegbreekt. Daar heb je weingig steen voor je beitel en aan de rand is er niet wat je steen odersteund.
In het rechter plaatje is da kans dat er een groot stuk uitbreekt een stuk kleiner. De steen wordt door wat er achter ligt ondersteund. Je hebt veel steen voor je beitel.

Dit is dus vooral oppassen aan de randen van je steen.

Gelaagde stenen

Bij (sterk) gelaagde stenen is het verhaal wat anders.

1 Sla de lagen niet uit elkaar.

Bij gelaagde stenen moet je de laagstructuur in de gaten houden. Ook midden op de steen kan het fout gaan:

2. Bij sterk gelaagde stenen of stenen met een naaldvormige structuur (b.v. seleniet) moet je aan de randen anders werken.

Deze steen heeft een gemene structuur. Voorop zie je een dunne laag, in beide lagen staan de naalden horizontaal.
Als de voorste laag er niet was zou je naar de rand toe kunnen werken.

Dat is dus in tegenstelling tot wat je normaal doet.

Dat gaat hier niet, dus kun je alleen zijdelings werken. In het filmpje hieronder laat is zien wat er gebeurt als je niet zijdelings werkt.

Alternatief is natuurlijk om alleen te raspen. Dat gaat ook in de “verkeerde richting” (waarin de steen niet ondersteund wordt) goed.

Preventief lijmen

Sommige stenen hebben vanaf het begin haarscheurtjes. Maar dat maakt de steen niet onbruikbaar. Het is belangrijk om deze tijdens het werk goed in de gaten te houden. Haarscheurtjes breken meestal niet in één keer door. Daarvoor gaat de scheur aan één kant een heel klein beetje open. Dit is te zien doordat je een donkere streep in de steen gaat zien (zie eerste foto).
Op dit moment kun je heel goed preventief lijmen.
Laat een beetje zeer dunne secondelijm in de naad druppelen. Door de capillaire werking trekt de secondelijm heel ver in de spleet (zie tweede foto). Daardoor zal de steen niet snel verder scheuren.
En je kunt direct verder werken.

Als de steen toch breekt

Speksteen, zachtere serpentijn.

Deze stenen kun je heel goed met secondelijm lijmen als er een niet te groot stuk van je steen afbreekt. Voorwaarde is wel dat je dat onmiddellijk doet. Blaas beide delen even schoon, zodat er niet een korreltje tussen beide helften blijft zitten. Leg beide delen goed passend op elkaar. Druppel op de naad een klein beetje dunvloeibare secondelijm. Zóveel, dat de lijm aal alle kanten zichtbaar wordt op de naad.
Activeer vervolgens de secondelijm met speciale secondelijm-activator. Houd de spuitbus op minstens 30 cm. afstand bij het sproeien, anders blaas je de secondelijm weg.

Secondelijm geeft op deze stenen een zo goed als onzichtbare lijmnaad.

Ook in albast is de lijmnaad nauwelijks zichtbaar.

Opmerking:
Je kunt secondelijm ook gebruiken om bij stenen die steeds uitbrokkelen dat te stoppen: beetje secondelijm op de plek, in laten trekken en activeren.
Welke secondelijm? Ik gebruik de laag viskeuze (rode flesje) lijm van 2Construct (o.a. verkrijgbaar bij de beeldhouwwinkel, die heeft ook de activator).

Albast

Albast laat zich ook goed lijmen met secondelijm. Er is echter één maar: Albast is een beetje wateroplosbaar. Als je na het lijmen je albast nat gaat schuren kan de lijmnaad loskomen. Daarom: voorzichtig met water als je albast gelijmd hebt.
Het alternatief is epoxy (zie hierna)

Marmers en andere harde niet-poreuze stenen.

Deze stenen lijmen met epoxy.
Nadeel is dat dit vrij veel tijd kost. Epoxy heeft afhankelijk van temperatuur 2 tot 8 uur nodig om voldoende uit te harden.

Verder heb je bij epoxy bijna altijd een zichtbare lijmnaad. Daarom is het goed de lijm in te kleuren met bijpassende pigmenten.
Alternatief is om de lijm te mengen met stof van je steen. Je moet dan vrij veel stof in de lijm mengen. Toch is het resultaat vaak niet goed: de lijmnaad is dan meestal donkerder dan de steen.

Tip: Hou het uithardingsproces in de gaten. Als de lijm niet meer kleeft, maar nog niet helemaal is uitgehard kun je lijmresten goed wegsnijden. Later is de epoxy vaak veel harder dan je steen. Dat kan problemen bij het schuren geven.

Welke lijm?Akepox 5010 is de beste lijm voor stenen kunstwerken. Lijmt goed en verkleurt absoluut niet. Voor Akepox zijn ook pigmenten verkrijgbaar om de lijm in te kleuren.
Verkrijgbaar bij o.a. de beeldhouwwinkel en de Hazelaar.
(Akemi maakt onder de naam Akepox nog een hele reeks lijmen voor speciale toepassingen).

Zeer poreuze stenen (b.v. Mergel)

Deze zijn lastig te lijmen omdat de lijm in de steen trekt.
Mergel kun je lijmen door:

  • Te lijmen oppervlakken eerst met waterglas ze verzegelen.
  • Dan met epoxy lijmen.

Deze les is onderdeel van de E-cursus steen. Voor een overzicht zie: E-cursus.

Volg onze blogs

Je kunt je abonneren op de posts van de beeldhouwtuin.
Dan krijg je elke keer als er een nieuwe artikel is een email met de titel, een korte samenvatting en een link naar het hele artikel.